18 NOVEMBER 2004. - Koninklijk besluit betreffende de erkenning van de beoefenaars van de paramedische beroepen
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het koninklijk beesluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, inzonderheid op artikel 24, § 2, vervangen bij de wet van 25 januari 1999 en artikel 54ter, vervangen bij de wet van 25 januari 1999 en gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001;
Gelet op de wet van 25 januari 1999 houdende sociale bepalingen, inzonderheid op artikel 183;
Gelet op het advies van de Nationale Raad van de Paramedische Beroepen van 23 januari 2003;
Gelet op het advies 35.117/3 van de Raad van State, gegeven op 28 oktober 2003;
Op de voordracht van onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° De Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort;
2° De Nationale Raad : de Nationale Raad van de Paramedische Beroepen, bedoeld in artikel 28 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
3° Het Directoraat-Generaal : het Directoraat-Generaal Basisgezondheidszorg van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
HOOFDSTUK II. - De organen, hun samenstelling en opdrachten
Art. 2. § 1. De Nationale Raad richt per paramedisch beroep, bedoeld in artikel 22bis van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, een werkgroep "erkenning" op, hierna "de werkgroep" genoemd.
§ 2. Hiervoor doet de Nationale Raad een beroep op vier vertegenwoordigers die een minimale ervaring van vijf jaar bezitten in het betrokken beroep, op twee vertegenwoordigers die een functie uitoefenen in het onderwijs, gekozen wegens hun bevoegdheid op het gebied waarmee de werkgroep is belast en op een persoon die bevoegd is de werkzaamheden van het betrokken beroep, hetzij als handeling toe te vertrouwen, hetzij als technische prestatie voor te schrijven.
De Nationale Raad kan, indien hij het voor een bepaald beroep nuttig acht, ook een beroep doen op experten. Deze personen hebben een raadgevende stem.
§ 3. De werkgroep wordt ontbonden bij het beëindigen van het mandaat van de leden van de Nationale Raad die de werkgroep heeft opgericht.
§ 4. Er is onverenigbaarheid tussen een mandaat in de werkgroep en een mandaat in de Nationale Raad.
Art. 3. De werkgroep is ermee belast de Minister een met redenen omkleed advies te verstrekken betreffende de aanvragen, bedoeld in artikel 24, § 1, en artikel 54ter van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.
Art. 4. De Commissie van beroep bestaat uit de leden van het dagelijks bestuur van de Nationale Raad aangevuld, indien niet tot het Bureau behorend, met het lid dat het betrokken beroep in de Nationale Raad vertegenwoordigt.
Art. 5. De Commissie van beroep is ermee belast uitspraak te doen, bij een met redenen omklede beraadslaging, over de beroepen ingesteld tegen de adviezen van de werkgroep.
HOOFDSTUK III. - De erkenning
Art. 6. De aanvraag om erkenning als beoefenaar van een paramedisch beroep wordt bij een aangetekende brief bij de Minister ingediend door de belanghebbende door middel van een formulier dat door het Directoraat-Generaal wordt bezorgd.
De aanvraag is vergezeld van een eensluidend verklaard afschrift van het diploma, getuigschrift of document, afgeleverd door een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, waaruit blijkt dat de betrokkene aan de vereiste kwalificatievoorwaarden voldoet, die voor wat het betrokken beroep betreft door Ons nader bepaald zijn ter uitvoering van artikel 23, § 1, of ter uitvoering van artikel 22, 2° en 3° van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.
De Minister zendt, binnen de tien werkdagen na ontvangst, het aanvraagdossier voor advies door naar de bevoegde werkgroep.
Art. 7. § 1. De personen die voldoen aan de vereiste kwalificatievoorwaarden, die voor wat het betrokken beroep betreft door Ons nader bepaald zijn ter uitvoering van artikel 23, § 1, of ter uitvoering van artikel 22, 2° en 3° van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, mogen dat betrokken beroep blijven uitoefenen zolang niet over hun aanvraag tot erkenning is beslist, op voorwaarde dat die aanvraag wordt ingediend binnen een jaar na datum van inwerkingtreding van dit besluit voor het betrokken beroep.
§ 2. De personen bedoeld in artikel 54ter, § 1, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, worden ambtshalve erkend op basis van de gegevens door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, op verzoek van het Directoraat-Generaal, overgezonden.
§ 3. De personen bedoeld in artikel 54ter, § 2, 1° en 2°, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, worden, rekening houdend met de specifieke voorwaarden van voornoemde paragraaf, volgens dezelfde procedure erkend als bedoeld in artikel 6.
§ 4. In afwijking van artikel 6 kunnen de personen die het voordeel wensen te genieten, bedoeld in artikel 54ter, § 3, eerste lid, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, moeten zich bij een aangetekende brief bij de Minister bekendmaken door middel van een formulier dat door het Directoraat-Generaal wordt bezorgd.
Zij vermelden naast het betrokken paramedisch beroep, de werkzaamheden waarvoor zij het voordeel van de verkregen rechten inroepen, evenals de periode(s) en plaats(en) waar zij deze hebben uitgeoefend. Hieruit moet blijken dat de werkzaamheden in voldoende aantal en op duurzame wijze werden uitgevoerd, hetzij als technische prestatie, voorgeschreven door bevoegde personen, hetzij als door bevoegde personen toevertrouwde handeling.
Het formulier dient ondertekend te zijn door de betrokkene, alsook door de persoon die bevoegd is om de opgave van de betrokken werkzaamheden voor waar en echt te verklaren.
De personen bevoegd om de opgave van de werkzaamheden waarvoor het voordeel van de verkregen rechten wordt ingeroepen, voor waar en echt te verklaren zijn de artsen of apothekers die bevoegd zijn de werkzaamheden van het betrokken beroep, hetzij als handeling toe te vertrouwen, hetzij als technische prestatie voor te schrijven;
Uit de identificatie van de arts of apotheker moet blijken dat hij bevoegd is de werkzaamheden van het betrokken beroep, hetzij als handeling toe te vertrouwen, hetzij als technische prestatie voor te schrijven.
De Minister zendt, binnen de tien werkdagen na ontvangst, het aanvraagdossier voor advies door naar de bevoegde werkgroep.
§ 5. In afwijking van artikel 6 kunnen de personen die het voordeel wensen te genieten, bedoeld in artikel 54ter, § 3, tweede lid, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, moeten zich bij een aangetekende brief bij de Minister bekendmaken door middel van een formulier dat door het Directoraat-Generaal wordt bezorgd.
Zij moeten voor de dag, bedoeld in voornoemd tweede lid, naast het betrokken paramedisch beroep de werkzaamheden vermelden waarvoor zij het voordeel van de verkregen rechten inroepen, de plaats waar zij deze uitoefenen, evenals de periode(s) en plaats(en) waar zij deze voorheen hebben uitgeoefend. Hieruit moet blijken dat de werkzaamheden in voldoende aantal en op duurzame wijze werden uitgevoerd, hetzij als technische prestatie, voorgeschreven door bevoegde personen, hetzij als door bevoegde personen toevertrouwde handeling.
Het formulier dient ondertekend te zijn door de betrokkene, alsook door de persoon die bevoegd is om de opgave van de betrokken werkzaamheden voor waar en echt te verklaren.
De personen bevoegd om de opgave van de werkzaamheden waarvoor het voordeel van de verkregen rechten wordt ingeroepen, voor waar en echt te verklaren zijn de artsen of apothekers die bevoegd zijn de werkzaamheden van het betrokken beroep, hetzij als handeling toe te vertrouwen, hetzij als technische prestatie voor te schrijven;
Uit de identificatie van de apotheker of arts moet blijken dat hij bevoegd is de werkzaamheden van het betrokken beroep, hetzij als handeling toe te vertrouwen, hetzij als technische prestatie voor te schrijven.
De Minister zendt, binnen de tien werkdagen na ontvangst, het aanvraagdossier voor advies door naar de bevoegde werkgroep.
Art. 8. De werkgroep vergelijkt de verstrekte gegevens met de vereiste kwalificatievoorwaarden, die voor wat het betrokken beroep betreft door Ons nader bepaald zijn ter uitvoering van artikel 23, § 1, of ter uitvoering van artikel 22, 2° en 3° van het koninklijk besluit nr. 78 of met de gestelde vereisten bedoeld in artikel 54ter van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.
Bij gemis aan de nodige gegevens, stelt zij de uitspraak van het advies uit en verzoekt zij de kandidaat de nodige toelichtingen te verstrekken
Art. 9. De werkgroep spreekt zich uit over de aanvraag tot erkenning als beoefenaar van het betrokken paramedisch beroep, binnen de zestig dagen na de datum waarop de zaak bij haar aanhangig werd gemaakt.
Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op de in artikel 7 bedoelde aanvragen.
Art. 10. De met redenen omklede adviezen van de werkgroep worden aan de Minister medegedeeld. Indien het met redenen omklede voorstel van de werkgroep negatief is, wordt het meegedeeld aan de aanvrager bij aangetekend schrijven, tegen afgiftebewijs.
Tegen het negatief voorstel, dat hem betreft, kan de betrokkene beroep aantekenen.
Art. 11. Indien binnen de termijn bepaald in artikel 16 geen beroep wordt aangetekend tegen de adviezen van de werkgroep, neemt de Minister een beslissing.
Indien de werkgroep geen advies heeft gegeven binnen de gestelde termijnen kan de Minister een beslissing nemen zonder advies.
De beslissing van de Minister wordt schriftelijk meegedeeld aan de betrokkene binnen de tien werkdagen na afloop van de termijnen.
HOOFDSTUK IV. - De intrekking van de erkenning
Art. 12. Wanneer de beoefenaar van een paramedisch beroep niet meer voldoet aan de kwalificatievoorwaarden voor het betrokken beroep of aan andere wettelijke bepalingen voor de uitoefening ervan, kan de Minister, op voorstel van de werkgroep, de erkenning intrekken.
Het met redenen omklede voorstel van de werkgroep wordt meegedeeld aan de betrokkene bij aangetekend schrijven, tegen afgiftebewijs.
Tegen het voorstel, dat hem betreft, kan de betrokkene beroep aantekenen.
Indien binnen de termijn bepaald in artikel 16 geen beroep wordt aangetekend tegen het voorstel van de werkgroep, neemt de Minister een beslissing.
De beslissing van de Minister wordt schriftelijk meegedeeld aan de betrokkene binnen de tien werkdagen na afloop van de termijnen.
Art. 13. De beoefenaar van een paramedisch beroep die niet langer de erkenning wenst te genieten die hem overeenkomstig dit besluit is verleend, moet hiervan de Minister schriftelijk op de hoogte brengen. In dat geval trekt de Minister de erkenning in.
De beslissing van de Minister wordt schriftelijk meegedeeld aan de betrokkene binnen de tien werkdagen na afloop van de termijnen.
Art. 14. De beoefenaar van een paramedisch beroep wiens erkenning werd ingetrokken met toepassing van artikel 12 of 13 van dit besluit, kan te allen tijde aan de Minister een nieuwe erkenning aanvragen.
HOOFDSTUK V. - De beroepsprocedure
Art. 15. Wanneer de Minister oordeelt het advies van de werkgroep niet te kunnen volgen, geeft hij de betrokkene daarvan kennis met opgave van de redenen en deelt hem mede dat hij alvorens een beslissing te treffen, het dossier voor advies voorlegt aan de commissie van beroep.
Art. 16. Tegen elk advies van de werkgroep als bedoeld in de artikelen 10 en 12, dat hem betreft, kan de betrokkene beroep aantekenen.
Om ontvankelijk te zijn moet het beroep met redenen omkleed zijn en binnen dertig dagen na de kennisgeving van het advies, bij een aangetekende brief aan de Minister toegezonden worden.
De Minister legt, binnen de tien werkdagen na ontvangst, een afschrift van het dossier voor advies voor aan de commissie van beroep.
Art. 17. In geval van beroep of in geval van toepassing van artikel 15, kan de betrokkene op eigen verzoek of op verzoek van de commissie van beroep door de commissie van beroep gehoord worden.
Hij verschijnt persoonlijk en mag zich laten bijstaan door een raadsman.
Indien de betrokkene niet verschijnt, kan de commissie van beroep uitspraak doen op stukken.
Art. 18. § 1. De commissie van beroep spreekt zich uit binnen de zestig dagen na de datum waarop de zaak er aanhangig werd gemaakt.
§ 2. De bepaling van § 1 van dit artikel is niet van toepassing op het beroep betreffende de aanvragen bedoeld in artikel 7.
§ 3. Het advies moet met redenen omkleed zijn en moet antwoorden op de grieven die de verzoeker tegen het bestreden advies heeft aangevoerd. De commissie van beroep spreekt zich uit over de zaak in haar geheel.
Art. 19. De commissie van beroep deelt haar met redenen omklede advies mede aan de Minister. Indien de commissie van beroep geen advies heeft gegeven binnen de gestelde termijnen, kan de Minister een beslissing nemen zonder advies. De met reden omklede beslissing van de Minister wordt ter kennis gebracht van de verzoeker bij een aangetekende brief tegen afgiftebewijs binnen de tien werkdagen na afloop van de termijnen.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
Art. 20. Dit koninklijk besluit treedt in werking, per paramedisch beroep bedoeld in artikel 22bis van het voornoemde koninklijk besluit nr. 78, op de door Ons, conform artikel 183 van de wet van 25 januari 1999 houdende sociale bepalingen, bepaalde datum.
Art. 21. Onze Minister bevoegd voor de Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 november 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
15 OKTOBER 2001. - Koninklijk besluit betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van podoloog en houdende vaststelling van de lijst van de technische prestaties en van de lijst van handelingen waarmee de podoloog door een arts kan worden belast
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, inzonderheid op artikel 5, § 1, eerste en derde lid, vervangen bij de wet van 20 december 1974 en gewijzigd bij de wet van 19 december 1990, artikel 22bis, ingevoegd bij de wet 19 december 1990 en artikel 23 gewijzigd bij de wet van 19 december 1990;
Gelet op het advies van de Nationale Raad van de Paramedische Beroepen van 7 november 1991;
Gelet op het eensluidend advies van de Technische Commissie voor de Paramedische Beroepen van 7 december 2000;
Gelet op het advies 31.316/1/V van de Raad van State, gegeven op 19 juli 2001;
Op de voordracht van Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en leefmilieu,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Het beroep "Podologie" is een paramedisch beroep in de zin van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
Art. 2. Het in artikel 1 bedoelde beroep wordt uitgeoefend onder de beroepstitel "podoloog".
Art. 3. Het beroep van podoloog mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont, die overeenstemt met een opleiding van minstens drie jaar in het kader van een voltijds hoger onderwijs, waarvan het leerprogramma op zijn minst omvat :
a) een theoretische opleiding in :
- algemene anatomie met inbegrip van topografische anatomie van de onderste ledematen;
- voetchirurgie;
- algemene fysiologie;
- bewegingsleer met inbegrip van fysiologie van de beweging, biomechanica en biometrie;
- algemene pathologie met inbegrip van microbiologie, orthopedie, traumatologie, pediatrie, dermatologie, neurologie, inwendige ziekteleer met inbegrip van vasculaire pathologie, systeemaandoeningen, metabole aandoeningen en geriatrie;
- farmacologie;
- scheikunde;
- natuurkunde;
- fysiotechniek;
- deontologie;
- geschiedenis van de podologie.
b) een theoretische en praktische opleiding in :
- de podologische onderzoeksmethoden en behandelingsmethoden van de structurele en functionele stoornissen ten gevolge van de statische, dynamische, biometrische afwijkingen en de afwijkingen ten gevolge van neurologische en vasculaire stoornissen;
- algemen beginselen van huid- en wondverzorging;
- algemene beginselen van hygiëne, sterilisatie en instrumentenleer;
- bio- en pathomechaniek : zolen;
- meettechnieken, materialenleer en werkplaatstechnologie.
c) Het maken van een werk dat in verband staat met de opleiding en waaruit blijkt dat de betrokkene in staat is tot een analystische en synthetische activiteit in het vakdomein en dat hij zelfstandig kan werken.
2° met vrucht een stage doorlopen hebben van minstens 600 uren in podologische methoden en praktijken, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bij houden;
Deze stage dient ten minste uit volgende onderdelen te bestaan :
- polikliniek : heelkunde, orthopedie en traumatologie, neurologie, fysische geneeskunde, dermatologie en inwendige ziekten, voor zover deze betrekking hebben op vasculaire pathologie, systeemaandoeningen, metabole aandoeningen en geriatrie;
- operatiezaal;
- technische stages in verband met het vervaardigen van technische hulpmiddelen zoals orthoplastie, orthonyxie en zolen.
3° hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.
De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.
Art. 4. § 1. De lijst van de technische prestaties, bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, is opgenomen in bijlage I a) en in bijlage I b) bij dit besluit.
§ 2. De technische prestaties bedoeld in bijlage I a) vereisen een omstandig geneeskundig voorschrift van een arts.
De technische prestaties bedoeld in bijlage I b) vereisen een omstandig geneeskundig voorschrift van een geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde, een geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde en de revalidatie, een geneesheer-specialist in de reumatologie, een geneesheer-specialist in de neurologie, een geneesheer-specialist in de neuropsychiatrie, een geneesheer-specialist in de neurochirurgie, een geneesheer-specialist in de pediatrie of een geneesheer-specialist in de heelkunde.
De behandeling door middel van een zool, uit te voeren door een podoloog, kan slecht worden voorgeschreven in zover de zool :
1° kadert in een volledige podologische behandeling;
2° individueel naar maat vervaardigd dient te worden;
3° kan vervaardigd worden zonder hoge technische uitrusting;
4° niet dient gecombineerd te worden met andere orthopedische hulpmiddelen.
Art. 5. § 1. De lijst van handelingen waarmee een arts met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 een podoloog kan belasten, is opgenomen in bijlage II a) en in bijlage II b) van dit besluit.
§ 2. De handelingen bedoeld in bijlage II b) mogen uitsluitend worden toevertrouwd door een geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde, een geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde en de revalidatie, een geneesheer-specialist in de reumatologie, een geneesheer-specialist in de neurologie, een geneesheer-specialist in de neuropsychiatrie, een geneesheer-specialist in de neurochirurgie, een geneesheer-specialist in de pediatrie en een geneesheer-specialist in de heelkunde.
De behandeling door middel van een zool kan slechts aan een podoloog worden toevertrouwd in zover de zool :
1° kadert in een volledige podologische behandeling;
2° individueel naar maat vervaardigd dient te worden;
3° kan vervaardigd worden zonder hoge technische uitrusting;
4° niet dient gecombineerd te worden met andere orthopedische hulpmiddelen.
Art. 6. Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 oktober 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
Mevr. M. AELVOET
Bijlage I a)
Lijst van technische prestaties die door podologen mogen worden verricht met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.
Podologische behandelingen en een schriftelijk, aan de voorschrijvende arts gericht, tussentijds technisch verslag betreffende de evolutie van de patiënt onder deze voorgeschreven behandeling :
1. behandeling van de huid van de zieke voet :
- Aseptische wondverzorging;
- Herverdeling van punten van overdruk bij middel van : padding, taping, strapping.
2. nagelbehandeling van de zieke voet :
- Hygiënische nagelverzorging bij vasculaire en neuropathische aandoeningen;
- Frezen van nagelhypertrofieën bij vasculaire, neuropathische, dermatologische en post-traumatische aandoeningen;
- Lokale behandeling van nagelmycosen;
- Onychoplastie na partiële en volledige nagelresectie door een arts bij vasculaire, neuropathische, post-traumatische en post-infectieuse aandoening;
- Orthonyxie.
3. Toediening van medicamenten ter behandeling van epidermische en dermische letsels van de voet via de volgende toegangswegen :
- indruppeling.
4. Behandeling van teenafwijkingen :
- bij nog aanwezige mobiliteit van het gewricht : repositionering door middel van padding, strapping, taping, orthoplastie;
- bij gebrek aan gewrichts-mobiliteit : beschermen van drukzones door middel van padding, strapping, orthoplastie.
Bijlage I b)
Lijst van technische prestaties die door podologen mogen worden verricht met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.
1. Podologische onderzoek bij functionele stoornissen en een geschreven technisch verslag van het uitgevoerde onderzoek, gericht aan de voorschrijvende arts :
- Podologisch onderzoek van de statische stoornissen : biometrisch, biomechanisch, podoscopisch, elektropodoscopisch, elektropododynografisch;
- Podologisch onderzoek van de dynamische stoornissen : biometrisch, biomechanisch (inzonderheid de studie van de functies en dysfuncties van de verschillende segmenten van de voet onderling en in verhouding met de daarboven liggende segmenten), podoscopisch, elektropodoscopisch, elektropodografisch.
2. Podologische behandelingen en een schriftelijk, aan de voorschrijvende arts gericht, tussentijds technisch verslag betreffende de evolutie van de patiënt onder deze voorgeschreven behandeling :
2.1. Behandeling van de functionele stoornissen bij niet-vasculaire en niet-neuropathische aandoeningen :
a) van de statische afwijkingen van de voet door middel van :
* een zool met het doel van herverdeling van de punten van overdruk op de voet,
* een zool voor epidermische aandoening,
* een zool voor post-traumatische aandoeningen,
b) van de dynamische afwijkingen van de voet door middel van :
* functionele strapping, padding, taping,
* zolen.
2.2 functionele revalidatie van de post-chirurgische en post-traumatische voet.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 15 oktober 2001.
Van Koningswege :
De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
M. AELVOET
Bijlage II a)
Handelingen waarmee een arts met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 een podoloog kan belasten.
1. behandeling van de huid vvan de voet :
- Antiseptische wondverzorging;
- Enucleatie van digitale en plantaire keratosen bij vasculaire en neuropathische aandoeningen;
- Uitsnijding van digitale en plantaire hyperkeratosen bij vasculaire en neuropathische aandoeningen.
2. nagelbehandeling van de voet :
- Niet-chirurgische behandeling van onychocryptose onder contactverdoving;
- Post-operatieve verzorging van de peri-onyxis.
- Enucleatie van subungueale en peri-ungueale keratosen bij vasculaire, neuropathische en post-traumatische aandoeningen.
3. Toediening van topica ter behandeling van letsels van de vasculaire, neuropathische, post-traumatische en infectieuse voet.
4. Toediening van medicamenten ter behandeling van epidermische en dermische letsels van de voet via de volgende toegangswegen :
- percutaan;
- drain.
Bijlage II b)
Handelingen waarmee een geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde, een geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde en de revalidatie, een geneesheer-specialist in de reumatologie, een geneesheer-specialist in de neurologie, een geneesheer-specialist in de neuropsychiatrie, een geneesheer-specialist in de neurochirurgie, een geneesheer-specialist in de pediatrie en een geneesheer-specialist in de heelkunde met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 een podoloog kan belasten.
1. Behandeling van functionele stoornissen bij niet-vasculaire en niet-neuropathische aandoeningen :
a) van statische afwijkingen van de voet door middel van :
* orthoplastie;
b) van de dynamische afwijkingen van de voet door middel van :
* orthoplastie.
2. Behandeling van functionele stoornissen bij vasculaire en neuropahisch aandoeningen :
a) van de statische afwijkingen van de voet door middel van :
* een zool met het doel van herverdeling van de punten van overdruk op de voet,
* een zool voor epidermische aandoeningen,
* een zool voor neuropathische en post-traumatische aandoeningen,
* orthoplastie;
b) van de dynamische afwijkingen van de voet door middel van :
* functionele strapping, padding, taping,
* orthoplastie,
* zolen.
3. assistentie en instrumentatie bij voetchirurgie.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 15 oktober 2001.
Van Koningswege :
De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
M. AELVOET
17 maart 2003 Betreft RIZIV nr Podologen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
10 MAART 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 23, § 2, tweede lid, gewijzigd bij de wetten van 25 januari 1999 en 22 augustus 2002 en bij het koninklijk besluit van 25 april 1997, en op artikel 34, eerste lid, 7°;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 1991, tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 mei 1996, 28 januari 1999, 26 april 1999, 22 november 1999 en 15 april 2002;
Gelet op het advies van het College van geneesheren-directeurs, gegeven op 23 oktober 2002;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 6 november 2002;
Gelet op het advies van de Raad voor advies inzake revalidatie, gegeven op 21 november 2002;
Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, genomen op 25 november 2002 en 9 december 2002;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 10 januari 2003;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 20 februari 2003;
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 21 februari 2003 over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen de termijn van één maand;
Gelet op het advies 34.957/1 van de Raad van State, gegeven op 27 februari 2003 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen, wordt hoofdstuk I, opgeheven bij het koninklijk besluit van 26 april 1999, hersteld in de volgende lezing :
HOOFDSTUK I. - Diëtetiek- en podologie-verstrekkingen
A. 771131
Individuele diëtistische evaluatie en/of interventie, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 19 februari 1997 betreffende de beroepstitel en de kwaliteitsvereisten voor de uitoefening van het beroep van diëtist en houdende vaststelling van de lijst van de technische prestaties en van de lijst van handelingen waarmee de diëtist door een arts kan worden belast, met een minimumduur van 30 minuten . . . . . R 17,5.
1. Een verzekeringstegemoetkoming in de hierboven vermelde prestatie mag worden verleend voor elke aan diabetes lijdende rechthebbende op voorwaarde dat :
- de prestatie voorgeschreven wordt door de huisarts of door de behandelende geneesheer specialist in de inwendige geneeskunde of pediatrie;
- de rechthebbende houder is van een Diabetespas, zoals verder omschreven, en dat daarin de concrete behandelingsdoelen waarbij diëtetiek belangrijk is (gewicht, lipidemie) door de voorschrijvende arts zijn vermeld;
- de diëtist de datum van zijn prestaties in de Diabetespas inschrijft;
- de diëtist voor de patiënt een voedingsdossier bijhoudt met informatie over zijn huidige voedingsgewoonten, de voorgestelde aanpassingen, de onderwerpen waarover educatie werd gegeven, de afgesproken therapeutische doelen en de resultaten;
- de diëtist m.b.t. elke prestatie schriftelijk rapporteert aan de voorschrijvende arts.
Bovenvermelde verzekeringstegemoetkoming is beperkt tot twee prestaties per jaar; deze prestaties mogen - in afspraak met de voorschrijvende arts via de Diabetespas - wel dezelfde dag plaatsvinden. In dit geval bedraagt de minimumduur 60 minuten.
Er is geen verzekeringstegemoetkoming verschuldigd :
- voor prestaties gedurende een hospitalisatie;
- als de rechthebbende in een ander reglementair of conventioneel kader reeds verstrekkingen geniet die diëtetiek omvatten.
2. Door een getuigschrift van verzorging verklaart de diëtist dat de geattesteerde verstrekking conform aan de voorgaande voorwaarden van verzekeringstegemoetkoming werd gepresteerd.
3. Deze verstrekkingen van diëtisten voorzien in onderhavig koninklijk besluit komen bovendien slechts voor een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in aanmerking als ze gegeven worden door een daartoe door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV erkende verstrekker.
Om erkend te worden als diëtist die de verstrekkingen voorzien in onderhavig koninklijk besluit die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging kan presteren, moeten de kandidaten hiertoe een aanvraag richten aan de Leidend ambtenaar van deze Dienst met :
1° een voor eensluidend verklaard afschrift van hun diploma dat een opleiding bekroont, die overeenstemt met een opleiding van minstens drie jaar in het kader van een voltijds hoger onderwijs in de voedings- en diëetleer met een leerprogramma zoals bepaald in het hoger aangehaald koninklijk besluit van 19 februari 1997 betreffende de beroepstitel van diëtist, inclusief een afschrift van de met vrucht doorlopen stage voorzien in bedoeld koninklijk besluit;
2° de verbintenis zich op straffe van terugbetaling te houden aan de hoger vermelde voorwaarden om de individuele diëtistische evaluatie en/of interventie te attesteren;
3° de verbintenis zich te houden, voor de in onderhavig koninklijk besluit voorziene verstrekkingen, aan de voorziene honoraria.
De Dienst voor geneeskundige verzorging maakt de lijst op van de aldus erkende diëtisten en wijst hun een erkenningsnummer toe.
B. 771153
Individueel podologisch onderzoek of podologische behandeling, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 15 oktober 2001 betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van podoloog en houdende vaststelling van de lijst van de technische prestaties en van de lijst van handelingen waarmee de podoloog door een arts kan worden belast, met een minimumduur van 45 minuten . . . . . R 26,25.
1. Een verzekeringstegemoetkoming in de hierboven vermelde prestatie mag worden verleend voor elke aan diabetes lijdende rechthebbende op voorwaarde dat :
- de prestatie voorgeschreven wordt door de huisarts of door de behandelende geneesheer specialist in de inwendige geneeskunde, in de heelkunde of in de orthopedische heelkunde;
- dit voorschrift vermeldt dat de rechthebbende een verhoogd risico op voetproblemen vertoont uit hoofde van zware eeltvorming, rigiditeit thv. voetgewrichten, een vroeger of actueel ulcus, een amputatie, ernstig perifeer arterieel lijden of Charcot artropatie;
- de patiënt houder is van een Diabetespas, zoals verder omschreven;
- de podoloog de datum van zijn prestaties in de Diabetespas inschrijft;
- de podoloog voor de patiënt een dossier bijhoudt waarin de hem toevertrouwde akten en technische prestaties genoteerd worden.
- de podoloog jaarlijks schriftelijk rapporteert aan de voorschrijvende arts.
Bovenvermelde verzekeringstegemoetkoming is beperkt tot twee prestaties per jaar die niet dezelfde dag mogen plaatsvinden.
Er is geen verzekeringstegemoetkoming verschuldigd voor prestaties gedurende een hospitalisatie.
2. Door een getuigschrift van verzorging verklaart de podoloog dat de geattesteerde verstrekking conform aan de voorgaande voorwaarden van verzekeringstegemoetkoming werd gepresteerd.
3. De verstrekkingen van podologen voorzien in onderhavig koninklijk besluit komen bovendien slechts voor een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in aanmerking als ze gegeven worden door een daartoe door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV erkende verstrekker.
Om erkend te worden als podoloog die de verstrekkingen voorzien in onderhavig koninklijk besluit die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging kan presteren, moeten de kandidaten hiertoe een aanvraag richten aan de Leidend ambtenaar van deze Dienst met :
1° een voor eensluidend verklaard afschrift van hun diploma dat een opleiding bekroont, die overeenstemt met een opleiding van minstens drie jaar in het kader van een voltijds hoger onderwijs in de podologie met een leerprogramma zoals bepaald in het hoger aangehaald koninklijk besluit van 15 oktober 2001 betreffende de beroepstitel van podoloog, inclusief een afschrift van de met vrucht doorlopen stage voorzien in bedoeld koninklijk besluit;
2° de verbintenis zich op straffe van terugbetaling te houden aan de hoger vermelde voorwaarden om de individuele podologische evaluatie en/of interventie te attesteren;
3° de verbintenis zich te houden, voor de in onderhavig koninklijk besluit voorziene verstrekkingen, aan de voorziene honoraria.
De Dienst voor geneeskundige verzorging maakt de lijst op van de erkende podologen en wijst hun een erkenningsnummer toe.
C. De Diabetespas.
1. De Diabetespas waarvan sprake in onderhavig besluit is een document door de adviserend geneesheer gratis overgemaakt aan elke diabetische rechthebbende die erom vraagt aan de hand van een medisch attest.
Het doel van de diabetespas, die in het bezit blijft van de rechthebbende, is een instrument te vormen :
- voor educatie van de diabetische rechthebbende en zijn omgeving zowel wat betreft de behandelingsdoelen en hoe ze te bereiken als wat betreft de maatregelen te nemen in geval van acute complicatie van de ziekte of haar behandeling;
- voor responsabilisering van de diabetische rechthebbende o.m. door het aangeven van de regelmatig terugkerende onderzoeken die moeten gedaan worden;
- van communicatie tussen de patiënt en de verschillende betrokken zorgverleners.
De Diabetespas is zo ontwikkeld dat hij minstens aan de hierboven aangegeven doelstelling beantwoordt.
De voor alle verzekeringsinstellingen geldende basistekst van deze pas wordt op voorstel van het College van geneesheren-directeurs door het Verzekeringscomité vastgelegd.
De verzekeringsinstelling kan aan deze minimum inhoud alle andere nuttige informatie toevoegen.
2. De Diabetespas geeft toegang tot de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging van de in onderhavige nomenclatuur van de revalidatieverstrekingen voorziene prestaties.
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2003.
Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 maart 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE
|